Tweede Golfoorlog: Irak - Koeweit

Nederlandse betrokkenheid: 1990-1991
Krijgsmachtdeel: landmacht, luchtmacht, marine, marechaussee
Totale aantal betrokken militairen: 1.834

United Nations Special Commission (UNSCOM) 1991-1998 :14 militairen
PROVIDE COMFORT 1991-1992 : 1.138 militairen

Achtergrond
Kuweit, sedert 1899 een Brits protectoraat, herkreeg in 1961 zijn onafhankelijkheid. Irak erkende in 1963 die onafhankelijkheid maar bleef geÔnteresseerd in het welvarende olierijke staatje, vooral vanwege de goede toegang tot de Perzische Golf. Op 2 augustus 1990 viel Irak Kuweit binnen. Irak beschuldigde Kuweit ervan olie te stelen uit een olieveld op de grens van beide landen. De Veiligheidsraad eiste onmiddellijke terugtrekking van de Iraakse legers en kondigde een handelsembargo af dat desnoods met geweld mocht worden afgedwongen. Een groot aantal landen stuurde daarop schepen naar de Golf. Toen Irak geen gehoor gaf aan de eisen kwam een (vredesafdwingende) operatie op gang onder de naam Desert Storm. Begonnen werd met luchtaanvallen (16/17 januari 1991) gevolgd door een grondoffensief. Op 28 februari 1991 vroeg Irak om een staakt het vuren.

Nederlandse deelname
In het kader van de West Europese Unie stuurde Nederland twee fregatten naar de Perzische Golf: Hr.Ms. Witte de With en Hr.Ms. Pieter Florisz. Op 9 september 1990 voerden de schepen de eerste patrouille uit in de Golf van Oman. De Nederlanders (totaal 376 opvarenden) werkten samen met de Belgen die twee mijnenjagers stuurden. De handhaving van het handelsembargo vond plaats onder de codenaam Operatie Phalanx. Voor de beveiliging waren op de Belgische schepen Stinger-teams (raket voor zelfverdediging) van het Nederlandse Korps Mariniers geplaatst. Het operatiegebied lag eerst in de Straat van Hormoez, later in de gehele Perzische Golf. In december 1990 werden de beide schepen afgelost door Hr.Ms. Philips van Almonde, Hr.Ms. Zuiderkruis en Hr.Ms. Jacob van Heemskerck. De marine bouwde tevens een mobiel noodhospitaal in Jebel Ali (bij Dubai in de Verenigde Arabische Republiek) waar door 53 militairen uitgebreide chirurchische ingrepen konden worden verricht ten behoeve van scheepsbemanningen. In april 1991 werden de Nederlandse fregatten teruggetrokken en namen drie mijnenbestrijdingsvaartuigen (Hr.Ms. Harlingen, Hr.Ms. Haarlem en Hr.Ms. Zierikzee) de inzet van Nederland over om mijnen te ruimen voor de kust van Kuweit.

Inzet Koninklijke Landmacht
De Koninklijke Landmacht stuurde in februari 1991 een medisch team (31 militairen) ten behoeve van het grondoffensief naar het oorlogsgebied. Het team werd ingedeeld bij een Zweeds noodhospitaal in de omgeving van Riaad. Geallieerden kwamen er niet, wel ongeveer 180 Iraakse gewonde militairen.

Inzet Koninklijke Luchtmacht
De Koninklijke Luchtmacht zond januari 1991 tien Patriot-lanceerinstallaties met 177 militairen naar Oostelijk Turkije. De Patriot kon de Iraakse Scud-raketten met succes bestrijden. Twee Stinger-teams beschermden op hun beurt de Patriot-squadrons tegen eventuele aanvallen vanuit de lucht. Eind januari 1991 besloot de Nederlandse regering op verzoek van de NAVO tevens twee Hawk-squadrons (geleide wapensysteem) naar Oostelijk Turkije te sturen. Het ging om ongeveer driehonderd militairen en twaalf lanceerinrichtingen waarvan het personeel om de maand werd afgelost. Bij het contingent bevonden zich ook een aantal leden van de Explosieven Opruimings Dienst en van de Koninklijke Marechaussee. Extra luchtmachtpersoneel was nodig toen het 327 squadron met 81 militairen en acht Patriot-lanceerinrichtingen, in februari 1991 IsraŽl als bestemming kreeg om het gevaar van Iraakse Scud-raketten af te wenden. Eind maart van dat jaar vertrokken de in Turkije en IsraŽl gelegerde Nederlandse militairen weer naar huis. Tijdens de oorlog bewaakten NATO-AWAC-vliegtuigen (Airborne Warning And Control System) vanuit de lucht het gebied. Aan boord zijn in totaal ruim vijftig Nederlandse Luchtmacht- en drie marine militairen werkzaam geweest. In totaal waren 1834 Nederlandse militairen ter plekke betrokken bij de Tweede Golfoorlog.

Provide Comfort
Na de Golfoorlog maakten duizenden Iraakse militairen en Koerdische strijders tegen het Iraakse regime gebruik van het machtsvacuŁm dat was ontstaan na de Iraakse nederlaag. De opstand werd echter genadeloos neergeslagen en de Koerden vluchtten massaal naar de bergen langs de grens met Iran en Turkije. De Veiligheidsraad riep de lidstaten in april 1991 op de Koerdische vluchtelingen te steunen door het zenden van troepen. De operatie, onder de naam Provide Comfort, diende primair ter bescherming van de buitenlandse humanitaire hulporganisaties in Irak.

De Nederlandse regering besloot 400 mariniers en 600 landmacht militairen naar Noord-Irak te sturen alsmede een explosieven opruimingsdetachement en drie Alouette-helikopters. De Koninklijke Marechaussee stelde voorts veertien marechaussees beschikbaar voor politiediensten. De eerste mariniers trokken op 23 april 1991 de Turks-Iraakse grens over. Het Genie-hulpbataljon (KL) begon na aankomst onmiddellijk met de bouw van een vluchtelingenkamp. De stroom vluchtelingen was echter zo groot dat een tweede en derde kamp noodzakelijk bleek. De meeste militairen waren medio juli 1991 weer in Nederland. Onder de naam Provide Comfort II werd hierna een interventiemacht onder Amerikaans commando in Turkije gestationeerd. De daarbij ingedeelde Nederlandse (12e Infanterie-)compagnie keerde op 28 september terug naar Nederland. Eind januari 1992 keerde tenslotte de laatste Nederlandse militair terug. Aan Provide Comfort hebben in totaal 1138 militairen deelgenomen.
 

Bron: Ministerie van Defensie