First United Nations Emergency Force

Nederlandse betrokkenheid: 1956
Krijgsmachtdeel: KL
Totaal aantal betrokken militairen: 1

Achtergrond
In juli 1956 nationaliseerde de Egyptische president Nasser het Suezkanaal. Frankrijk en Groot-BrittanniŽ reageerden met een militaire interventie. Vrijwel gelijktijdig voerde IsraŽl een aanval op Egypte uit. De VN, de VS en de Sovjet-Unie veroordeelden deze acties in felle bewoordingen. De Algemene Vergadering besloot op 4 november 1956 (resolutie 998) tot oprichting van een vredesmacht die als buffermacht de partijen gescheiden moest houden tot een politieke oplossing kon worden bereikt. Het eigenlijke mandaat van de vredesmacht United Nations Emergency Force (UNEF) verleende de Algemene Vergadering op 5 november. De chef-staf van UNTSO, E.L.M. Burns, kreeg opdracht uit zijn waarnemerskorps officieren te selecteren die de kern van UNEF moesten gaan vormen.

Nederlandse bijdrage
Chefstaf UNTSO, Burns, vroeg UNTSO-officier kapitein J.A. Bor voor de nieuwe taak. Bor arriveerde tezamen met de andere UNTSO waarnemers op 12 november 1956 bij het UNEF hoofdkwartier in CaÔro. Hij werd aangesteld als hoofd van de inlichtingensectie. Als zodanig nam hij in december ī56 deel aan de onderhandelingen met Mosje Dajan over de terugtrekking van het IsraŽlische leger uit de SinaÔ. Kapitein Bor keerde op 28 december 1956 terug naar UNTSO.
 

Bron: Ministerie van Defensie